Over het algemeen kan gesteld worden dat mensen die één of meerdere buitenlichamelijke ervaringen meemaken hier meestal sterk van onder de indruk zijn, dit niet als een gewone droomtoestand ervaren en dat het hun kijk op thema's als lichaam, ziel, leven en dood, ... vaak in grote mate beïnvloedt.
Naar verluidt (diverse studies wijzen dit uit) komen uittredingen bij een relatief groot percentage van de bevolking voor. (in de orde van 8 tot ongeveer 20 % van de bevolking). Dat dit in de samenleving niet evenredig aan bod komt , is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat mensen dit soort ervaringen nu eenmaal niet graag ter sprake brengen in hun omgeving, uit angst geridiculiseerd te worden of als een aansteller bezien te worden. De samenleving beschouwt dit soort verschijnselen veelal als marginaal en stelt zich negerend of zelfs afwijzend hiertegen op. Het zijn eerder de bijna doodervaringen die als een 'realiteit' aanvaard worden. Binnen wetenschappelijke (sceptische) kringen wordt een BDE meestal verklaard als een ultieme prikkeling van de visuele cortex bij afstervende hersenen die op deze wijze alsnog een typische hallucinatie (de uittreding, tunnel, het licht, ...) genereert.
- Uittredingen komen vaker voor bij kinderen, jongeren (mogelijks vanwege het gebruik van psychotrope drugs).
- Mensen die soms een hypagoge situatie doormaken zullen vaker uittredingen beleven.
- Als je eenmaal een buitenlichamelijke ervaring gehad hebt is de kans groot dat je er later nog hebt.
- Sommigen beweren dat ieder individu hoe dan ook ('s nachts) uittreedt, alleen is deze zich daar niet van bewust. Vanuit dezelfde hoek wordt ook gesteld dat (lucide) dromen een vorm van uittreding zijn, al is niet iedereen (ook binnen 'believerskringen') het hier niet mee eens.
- Gebruikers van hallucinogenen (b.v. mescaline) hebben eveneens een verhoogde kans uit te treden tijdens het gebruik ervan.