Een streepje geschiedenis.

Buitenlichamelijke ervaringen zijn zo oud als de mensheid zelf. Voor de eerste mensen die slechts weinig inzicht of kennis hadden over zichzelf (het denken, bewustzijn, menselijk lichaam) en de omgeving (de Aarde en het universum in het algemeen) moet een dergelijke ervaring een zeer diepgaande indruk nalaten hebben met veel ontzag ervoor. Hetzelfde ontzag dat er was voor de natuurkrachten (bliksem, donder, vulkanen, ...)

Men kan zich voorstellen dat als iemand met veel charisma op regelmatige basis zo'n ervaring had, dit een spirituele dynamiek kon teweegbrengen die door velen gedeeld en gevolgd werd. Mogelijks werden deze mensen beschouwd als profeten en religieuze leiders die getuigden van hun 'bovennatuurlijke' waarnemingsvermogen. Na de dood van deze leiders werd de spirituele dynamiek verder doorgegeven onder de vorm van rituelen, gebeden, dogma's, ... waarbij de kern, de aanleiding (buitenlichamelijke ervaringen) niet langer meer herkend werd.

Griekse filosofen.

Ook filosofische overwegingen ondersteunden eigenlijk de buitenlichamelijke ervaring als gevolg van de tweedeling lichaam - geest die niet als onlosmakelijk beschouwd werd. Plato was ervan overtuigd dat wat we in dit leven zien, slechts een flauwe weerspiegeling is van wat de geest kon waarnemen als deze evenwel bevrijd werd uit de fysische wereld waarbinnen die gevangen zat. Aristoteles verkondigde dat de geest het lichaam kon verlaten en met de geesten kon communiceren. Homeros beschouwde de mens als een samenstelling van drie delen : het lichaam, de psyche en de 'thumos' als zetel van de vrije wil en gevoelens.

vorige | 1 | 2 | 3 | volgende