Uittredingen en bijna doodervaringen leren ons dat dit enge kader slechts een onderdeel is van een groter geheel : de astrale wereld in al haar diversiteit. Ook leren uittredingen ons dat onze ziel (bewustzijn) niet onlosmakelijk verbonden is aan het lichaam, dat binnen deze nieuwe context slechts gezien wordt als de tijdelijke drager van onze ziel. Eenmaal los van deze sterfelijke drager, het zij tijdelijk tijdens de uittreding, het zij permanenter (na de dood van het lichaam) treden we de astrale wereld in en vangen we een glimp op van dit ongrijpbaar grotere geheel dat gekenmerkt wordt door haar vele frequentieniveaus waarbij elk niveau een rangorde kent naar de kern toe : de door ons ondoorgrondelijke bron van liefde en licht, door sommigen benoemd als Opperwezen, God. Fysische wereld als 'buitenste schil'.Terwijl de fysische wereld rondom ons slechts de tastbare, moeilijk manipuleerbare 'harde korst' als buitenste schil van het multi-frequentie-universum vormt, treffen we daarbinnen de 'astrale niveaus' aan die gekenmerkt worden door de makkelijke manipuleerbaarheid en de scheppende kracht van de gedachten als de vrucht van ons bewustzijn, bevrijd van de logge drager. Het is in deze buitenste schil dat ons bewustzijn gedragen wordt door een bio-organisme en ervaring opdoet, ter verrijking van onze ziel die reïncarnatie na reïncarnatie verder evolueert. De tijd tussen dood en wedergeboorte brengen we door in de binnenste sferen van de astrale wereld die bevolkt wordt door ontelbare entiteiten. Het is in deze wereld dat we ons vrij kunnen bewegen met de snelheid van de gedachte en onderhevig zijn aan de kracht ervan. Ons bewustzijn geeft er vorm aan onszelf (een astraallichaam dat beantwoordt aan de voorstelling van onszelf) en aan de omgeving. Dit is één van de redenen waarom we tijdens de uittreding ons bewust worden van een astraallichaam en van een wereld die soms meer, soms min, afwijkt van de fysische wereld zoals we ze dagelijks waarnemen.
|
vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | volgende | meer lezen | |